Verhalen en wetenswaardigheden uit .................

Verhalen en wetenswaardigheden uit het verleden van Steggerda
 
Ik ga regelmatig een verhaal plaatsen over een bewoner of een item.
Als u aanvullingen heeft houd ik mij graag aanbevolen en mag u een mail sturen aan het dorpsarchief.
Na het verhaal geef ik aanvullingen n.a.v. gevonden krantenartikelen uit, met name, De Stellingwerf.
 

Op 7 november 1813 wordt Joukje Elias Schipper te Steggerda geboren. Haar vader is schoolmeester. School wordt gehouden in een schuur en duurt een half jaar. Het andere halve jaar werken kinderen. Joukje is goed 4 als haar vader overlijdt; dus ze herinnert zich niet veel van haar vader. Haar moeder trouwt opnieuw, want als Joukje 100 wordt staat ze samen met haar halfzus Grietje Brak uit Vinkega op de foto. Haar geboortejaar is ook het jaar van de onafhankelijkheid van Nederland.

Als Joukje 21 is trouwt ze met Dirk de Vries. Dirk komt ook van Steggerda. Hij is boerenarbeider en verdient een schelling per week. Ze krijgen 4 dochters, maar na  10 jaar huwelijk wordt Joukje weduwe. Ze zal haar 4 dochters moeten grootbrengen en gaat bij de boer werken. Joukje is nooit ziek, kan hard werken, maar heeft het niet altijd makkelijk. Ze doet dit 9 jaar en is een goede werkkracht. Ze werkt op het land, melkt de koeien en staat te karnen; is een voorbeeld voor de jonkies. Daarna wordt Joukje baakster. Ze is dan ongeveer 40 jaar. Ze doet haar bakerswerk in Steggerda en omgeving; soms werkt ze bijna 14 dagen achter elkaar met bijna geen slaap en brengt ze in 1 week 16 baby's ter wereld. Ze mag er geen loon voor vragen (heeft er niet voor geleerd), maar soms krijgt ze veel, soms ook voedsel en soms zijn er mensen die niets kunnen betalen. Joukje helpt iedereen. Op haar 93ste helpt ze haar laatste baby ter wereld. Ze wordt geroepen omdat de dokter geen tijd of zin heeft, maar ze wordt vooral geroepen omdat ze zo goed is. Ze doet alles lopend, omdat ze geen fiets heeft; ze "loopt de mannen er uit". Ze springt over sloten of wordt met de boot over de Linde gezet, omdat ze naar een gezin in Oldeholtpade wordt geroepen.

 Vanaf ongeveer haar 95ste woont ze in het middelste van de 5 armenhuizen te Steggerda. Ze wordt onderhouden door de armenvoogdij en krijgt dikwijls iets toegestopt door dorpsbewoners, omdat iedereen haar waardeert en kent.

Joukje houdt ook van plezier maken. In 1907 meldt de "Stellingwerf" dat Joukje 5 deuntjes maakt in de draaimolen. Jaarlijks organiseren de plaatselijke kasteleins de harddraverijen. Dit is een echt volksvermaak, er staat een draaimolen en er zijn volksspelen. Als Joukje  99 jaar is zit ze voor het laatst in de draaimolen.

In de Stellingwerf van 1908 wordt Joukje weer genoemd; "het 58 jarig huwelijk van J. Eits en zijn echtgenoote is niet alledaagsch en Oude Jouk is van plan 100 jaar te worden."

Als Joukje op 7 november 1913 100 jaar wordt is ze 69 jaar weduwe. Dorpsbelang organiseert een feest voor haar. Er circuleren lijsten om geld in te zamelen voor een cadeau, voor de feestelijkheden en voor een foto. De Schoolkinderen van de scholen uit Vinkega, Overburen, de Kolonieschool en de school van Steggerdasloot zingen een lied. Dominee De Groot houdt een toespraak en de burgemeester komt op bezoek met zijn echtgenote. Fotograaf H.Kuiper maakt een portret van Joukje. Op de dag dat de foto gemaakt wordt ligt Joukje in bed, omdat ze niet helemaal fit is. Binnen een half uur is ze aangekleed, heeft ze een tuiltje bloemen uit de tuin geplukt en zit ze klaar op de stoel. De foto krijgt een oplage van 1000 stuks en wordt verkocht voor een stuiver. Tevens komt de foto in de kranten met daarbij haar levensverhaal en een gedicht.

 

Als "Oude Joukje" op 7 november 1913 100 jaar wordt wordt tevens het 100jarig onafhankelijkheidsfeest gevierd. Joukje heeft 66 kinderen, kleinkinderen en achter kleinkinderen.

In ons archief hebben we foto's en een relaas m.b.t. Joukje Elias Schipper. Ik heb voor u het beschreven karton uit ons archief hieronder op papier gezet.

Ik heb dit gedaan, omdat we voor het archief weer een foto kregen van "Oude Jouk" en ik nieuwsgierig was waarom er zoveel van die zelfde foto's zijn en mensen die geen familie zijn deze foto hebben.

Luitzen Pen heeft het origineel beschreven karton met foto's gekregen van Herman Bos.

Meester Van der Klei schreef een liedje dat werd gezongen op de dinsdag door de kinderen van de school in Steggerda.

2 verzen daarvan wisten Grietje Pen-De Vries en Willem Pen zich nog te herinneren.

 

Olde Jouk woonde naast "Iebeltien" de Ruiter in de "Aarmkeamers" (2de huis van Steggerdakant).

Ook Olde Lenstra woonde daar (erg christelijk); "Koop achtenveertig" werd hij genoemd. Dit vanwege zijn altijd foute telling bij de aflevering van turf. Hij was dus een turfventer. Hij liep krom met altijd een stok achter zijn rug.

Olde Jouk was baakster. Ze heette Joukje Elias Schipper en was de echtgenote van Dirk de Vries. Ze ontving voor haar werk slechts 1 gulden en snoep en etenswaar. enz. Soms moest ze nog bakeren in Oldeholtpa en werd ze met een boot van over de Linde gehaald, ook bij nacht en ontij. Dit kon Jansje Hoornstra-De Vries zich nog herinneren. Zij wist zich ook nog het refrein van het lied te herinneren. En dat meester Van der Klei op zekere dag op school verscheen zonder snor, want zijn vrouw vond dat hij afgeknipt moest worden.

 

Oude Joukje had een halfzus die Grietje Brak heette.

 Het versje is geschreven op de wijze van "Ferme jongens, stoere knapen".

Oude Joukje 100 jaar

Hebt ge op deez aard geleefd

Gij zaagt komen... schaar... na schaaren

...en vergaan wat adem heeft.

refr. 2 keer: Oude Joukje....leef nog lang

                    leef nog lang....leef nog lang

Oude Joukje, tal van dagen

Gingen wij Uw huis voorbij

En zo dikwijls wij U zaagen

Groet...en lacht en wuifdet gij

refr. 2 keer: Oude Joukje leef nog lang....leef nog lang

                    leef nog lang....leef nog lang


 
Het verhaal achter een brief uit het laatste oorlogsjaar.
Geschreven door Antoon en gericht aan Ida.
 
Henk en John Westenbroek hebben tijdens de Sneupersmiddag van 2019 een kopie van de brief bij ons archief gebracht. Zij vroegen of wij wilden gaan uitzoeken wie die Antoon en Ida zijn. Onderaan de brief stonden de namen en de adressen van Jopie Melein te Steggerda en Johannes de Wolff te Wolvega.
Uiteindelijk heb ik 1 van de kinderen van de briefschrijver gevonden en gesproken en het leuke is dan meteen weer dat dit kind vroeger dikwijls bij een tante en oom in Steggerda logeerde. Anny, het zusje van Ida, verkeert ook nog in goede gezondheid.
De brief zat in een postzak op het schip De  Groningen IV.
De Groninger IV en de Jan v. Nieveen zijn in de nacht van 8 op 9 januari 1945 op elkaar in gevaren. Hierbij kwamen 13 personen om het leven en de andere opvarenden konden overstappen op de Jan van Nieveen. Deze schepen voeren in oorlogstijd tussen Lemmer en Amsterdam en werden
"De Levenslijn" genoemd.
Toen de gezonken Groninger IV in september 1946 gelicht is is de brief tevoorschijn gekomen en alsnog aan de geadresseerde verstuurd. Dit gebeurde pas in 1947.
Antoon heeft onder gedoken gezeten bij boer Johannes de Wolff in de Boelstrapolder bij Nijelamer en Ida was evacué in Klarenbeek. Antoon en Ida kwamen beiden uit Arnhem, woonden in dezelfde straat en Antoon had een oogje op Ida. Ida voelde niets voor Antoon en als hij een bezoekje bracht verstopte Ida zich en kwam weer tevoorschijn als Antoon hun huis had verlaten.
Ida heeft 2 zusjes; Mies en Anny. Anny vertelt dat zij alleen maar weet dat de brief van de bodem van de zee komt. Haar zus Mies heeft de brief in 1984 geschonken aan het museum voor scheepsarcheologie te Ketelhaven. Mies had de brief van moeder gekregen of van Ida zelf, want Ida is in 1949 kloosterzuster geworden. Anny weet dit nog goed, want zij ging toen pas naar het voortgezet onderwijs.
In de brief vertelt Antoon over zijn leven als onderduiker bij Johannes de Wolff. Antoon studeerde en was kapelaan in Almelo. Hij kreeg een oproep en wilde niet te werk gesteld worden in Duitsland. Zijn pastoor stuurde hem op de fiets naar monseigneur Scholten in Wolvega. De huishoudster bracht hem meteen naar Johannes de Wolff. Titus en Betty, de oudste kinderen van dit gezin, weten te vertellen dat er wel 3 onderduikers waren. Zij waren klein en herinneren zich alleen voornamen. Titus weet nog precies waar de jongens zich in het hooi verstopten. Betty vertelt dat ze inderdaad naast koeien ook schapen hadden, want Antoon schrijft in zijn brief dat hij momenteel geen wol kan bewaren voor Ida. In de brief noemt hij ene Nelly en dat is zijn zus. Antoon schrijft dat hij knecht is geworden, want Jopie is voorgoed naar huis. Jopie is Joop Melein van de Pepergaweg. Het gezin Melein woont op dat moment tegenover Louis Fortuin. Joop was knecht bij De Wolff, maar werd ook opgeroepen om te gaan werken in Duitsland. Dit wilde Jopie niet en van knecht werd hij onderduiker nummer 4 bij Johannes de Wolff. Op het moment dat Joop difterie krijgt moet hij terug naar huis en wordt Antoon de knecht. Er staan 6 boerderijen aan het pad van 3 kilometer en het pad loopt dood tegen de Tjonger. Vooraan het pad staat de groene keet van de Duitsers. De Duitsers turen met verrekijkers het gebied af en Betty vertelt dat haar moeder zei dat de Duitsers konden zien wat ze elke dag aten. In totaal zaten er 12 jongens ondergedoken op de 6 boerderijen. Degenen die ik gesproken heb weten allemaal te vertellen dat niet alle Duitsers slecht waren. Als er een razzia aan zat te komen, was er 1 Duitser die altijd de eerste boer aan het pad kwam waarschuwen. Dit was Timmenga. Timmenga hing dan een wit laken aan de schuurdeur. De Duitsers konden die niet zien, omdat de boerderij een beetje scheef stond. Dan hingen er nog een paar boeren een wit laken op en vluchtten alle jongens het riet in. Dit kon alleen via het erf van boer De Jong. Alle 12 onderduikers hebben de oorlog overleefd en in 1982 wordt er een reünie georganiseerd. Zoon Sipke de Jong heeft alles van die reünie  bewaard. Diet Hoekstra is degene die de reünie georganiseerd heeft. Haar ouders woonden in een arbeidershuisje al behoorlijk dicht bij de Tjonger. In de wintermaanden kwamen de onderduikers regelmatig bij Hoekstra voor een gezellige avond. 1 bleef op de uitkijk en 1 draaide de trappers van een fiets rond voor een lichtje. De onderduikers werden geknipt door een meisje uit Wolvega en met haar is Antoon na de oorlog getrouwd. 
 
Vrijwilligers van ons stoom-zuivelmuseum hebben de draad weer opgepakt om de loop van het heerlijkste roomijsje van Friesland en omstreken te achterhalen.
Dat verhaal schrijf ik onder het kopje van het stoom-zuivelmuseum en daar plaats ik ook foto's bij. 
Carla Spanjer heeft haar herinneringen aan het ijsje uit de fabriek van haar vader aan mij gemaild en deze staan ook onder het kopje van het stoom-zuivelmuseum. Carla stuurde tevens 4 foto's en als u weet welke kinderen er allemaal op de foto staan mag u dit mailen naar het adres van de site.
Inmiddels voeg ik de herinneringen van Jan Bos ook toe. Jan is de zoon van Aaldert Bos, die ook op de fabriek werkte. Gonnie Bottema-Dijkstra en Marthie Pit-Dassen hebben al herinneringen verteld. Laatst belde ik met Reinold de Vries en zijn herinneringen heb ik ook toegevoegd.