Verhalen en wetenswaardigheden uit .................

Verhalen en wetenswaardigheden uit het verleden van Steggerda
 
Ik ga regelmatig een verhaal plaatsen over een bewoner of een item.
Als u aanvullingen heeft houd ik mij graag aanbevolen en mag u een mail sturen aan het dorpsarchief.
Na het verhaal geef ik aanvullingen n.a.v. gevonden krantenartikelen uit, met name, De Stellingwerf.
 
Het verhaal achter een brief uit het laatste oorlogsjaar.
Geschreven door Antoon en gericht aan Ida.
 
Henk en John Westenbroek hebben tijdens de Sneupersmiddag van 2019 een kopie van de brief bij ons archief gebracht. Zij vroegen of wij wilden gaan uitzoeken wie die Antoon en Ida zijn. Onderaan de brief stonden de namen en de adressen van Jopie Melein te Steggerda en Johannes de Wolff te Wolvega.
Uiteindelijk heb ik 1 van de kinderen van de briefschrijver gevonden en gesproken en het leuke is dan meteen weer dat dit kind vroeger dikwijls bij een tante en oom in Steggerda logeerde. Anny, het zusje van Ida, verkeert ook nog in goede gezondheid.
De brief zat in een postzak op het schip De  Groningen IV.
De Groninger IV en de Jan v. Nieveen zijn in de nacht van 8 op 9 januari 1945 op elkaar in gevaren. Hierbij kwamen 13 personen om het leven en de andere opvarenden konden overstappen op de Jan van Nieveen. Deze schepen voeren in oorlogstijd tussen Lemmer en Amsterdam en werden
"De Levenslijn" genoemd.
Toen de gezonken Groninger IV in september 1946 gelicht is is de brief tevoorschijn gekomen en alsnog aan de geadresseerde verstuurd. Dit gebeurde pas in 1947.
Antoon heeft onder gedoken gezeten bij boer Johannes de Wolff in de Boelstrapolder bij Nijelamer en Ida was evacué in Klarenbeek. Antoon en Ida kwamen beiden uit Arnhem, woonden in dezelfde straat en Antoon had een oogje op Ida. Ida voelde niets voor Antoon en als hij een bezoekje bracht verstopte Ida zich en kwam weer tevoorschijn als Antoon hun huis had verlaten.
Ida heeft 2 zusjes; Mies en Anny. Anny vertelt dat zij alleen maar weet dat de brief van de bodem van de zee komt. Haar zus Mies heeft de brief in 1984 geschonken aan het museum voor scheepsarcheologie te Ketelhaven. Mies had de brief van moeder gekregen of van Ida zelf, want Ida is in 1949 kloosterzuster geworden. Anny weet dit nog goed, want zij ging toen pas naar het voortgezet onderwijs.
In de brief vertelt Antoon over zijn leven als onderduiker bij Johannes de Wolff. Antoon studeerde en was kapelaan in Almelo. Hij kreeg een oproep en wilde niet te werk gesteld worden in Duitsland. Zijn pastoor stuurde hem op de fiets naar monseigneur Scholten in Wolvega. De huishoudster bracht hem meteen naar Johannes de Wolff. Titus en Betty, de oudste kinderen van dit gezin, weten te vertellen dat er wel 3 onderduikers waren. Zij waren klein en herinneren zich alleen voornamen. Titus weet nog precies waar de jongens zich in het hooi verstopten. Betty vertelt dat ze inderdaad naast koeien ook schapen hadden, want Antoon schrijft in zijn brief dat hij momenteel geen wol kan bewaren voor Ida. In de brief noemt hij ene Nelly en dat is zijn zus. Antoon schrijft dat hij knecht is geworden, want Jopie is voorgoed naar huis. Jopie is Joop Melein van de Pepergaweg. Het gezin Melein woont op dat moment tegenover Louis Fortuin. Joop was knecht bij De Wolff, maar werd ook opgeroepen om te gaan werken in Duitsland. Dit wilde Jopie niet en van knecht werd hij onderduiker nummer 4 bij Johannes de Wolff. Op het moment dat Joop difterie krijgt moet hij terug naar huis en wordt Antoon de knecht. Er staan 6 boerderijen aan het pad van 3 kilometer en het pad loopt dood tegen de Tjonger. Vooraan het pad staat de groene keet van de Duitsers. De Duitsers turen met verrekijkers het gebied af en Betty vertelt dat haar moeder zei dat de Duitsers konden zien wat ze elke dag aten. In totaal zaten er 12 jongens ondergedoken op de 6 boerderijen. Degenen die ik gesproken heb weten allemaal te vertellen dat niet alle Duitsers slecht waren. Als er een razzia aan zat te komen, was er 1 Duitser die altijd de eerste boer aan het pad kwam waarschuwen. Dit was Timmenga. Timmenga hing dan een wit laken aan de schuurdeur. De Duitsers konden die niet zien, omdat de boerderij een beetje scheef stond. Dan hingen er nog een paar boeren een wit laken op en vluchtten alle jongens het riet in. Dit kon alleen via het erf van boer De Jong. Alle 12 onderduikers hebben de oorlog overleefd en in 1982 wordt er een reünie georganiseerd. Zoon Sipke de Jong heeft alles van die reünie  bewaard. Diet Hoekstra is degene die de reünie georganiseerd heeft. Haar ouders woonden in een arbeidershuisje al behoorlijk dicht bij de Tjonger. In de wintermaanden kwamen de onderduikers regelmatig bij Hoekstra voor een gezellige avond. 1 bleef op de uitkijk en 1 draaide de trappers van een fiets rond voor een lichtje. De onderduikers werden geknipt door een meisje uit Wolvega en met haar is Antoon na de oorlog getrouwd. 
 
Vrijwilligers van ons stoom-zuivelmuseum hebben de draad weer opgepakt om de loop van het heerlijkste roomijsje van Friesland en omstreken te achterhalen.
Dat verhaal schrijf ik onder het kopje van het stoom-zuivelmuseum en daar plaats ik ook foto's bij. 
Carla Spanjer heeft haar herinneringen aan het ijsje uit de fabriek van haar vader aan mij gemaild en deze staan ook onder het kopje van het stoom-zuivelmuseum. Carla stuurde tevens 4 foto's en als u weet welke kinderen er allemaal op de foto staan mag u dit mailen naar het adres van de site.
Inmiddels voeg ik de herinneringen van Jan Bos ook toe. Jan is de zoon van Aaldert Bos, die ook op de fabriek werkte. Gonnie Bottema-Dijkstra en Marthie Pit-Dassen hebben al herinneringen verteld. Laatst belde ik met Reinold de Vries en zijn herinneringen heb ik ook toegevoegd.